WELKOM

Ruben Kanhai

Welkom op mijn familiesite

Beste lezers, familieleden en vrienden. Welkom op mijn website www.kanhaiclan.com. Mijn naam is Ruben Kanhai. Met deze website wil ik mijn voorouders herdenken en bedanken voor hun inzet en ontberingen. Ik heb een algemeen stuk over de immigratie en vervolgens een familie–kroniek met een stamboom. Met mijn stamboomonderzoek wil ik verder een beeld geven van mijn voorouders. Ik hoop dat mijn naaste familieleden zullen meehelpen om deze website te verrijken met meer documenten en foto's, zodat deze site steeds verder kan uitgroeien als referentie voor de familie.

Het bouwen van deze site met alle informatie van de stamboom is geen sinecure. Het kan dan ook zijn dat er hier en daar incomplete beelden worden geschetst, dan wel dat er onderweg mogelijk fouten zijn gemaakt met het overnemen van gegevens zoals in namen, plaatsen of data. Meent u een dergelijke fout te zijn tegengekomen, neem dan contact op (– zie de footer).

Ruben en de bouwers van deze site, wensen u veel herkenbare momenten en plezier hier op kanhaiclan.com.

Algemeen



Tegenwoordig behoren Hindoestanen tot de grootste en rijkste bevolkingsgroep van Suriname. Maar hun voorouders waren straatarme Indiërs, die zonder goed te begrijpen waar ze aan begonnen duizenden kilometers verhuisden om slavenarbeid te verrichten.
De geschiedenis van de Hindoestanen begon toen er een einde kwam aan de slavernij in Suriname. Officiëel was dat op 1 juli 1863, maar ex–slaven waren verplicht nog tien jaar tegen betaling op hun oude plantage te blijven werken. Toen het einde van die periode in zicht kwam, begonnen de planters naar een oplossing te zoeken. Het succes van de plantage–economie was voor een belangrijk deel afhankelijk geweest van (ex–) slaven, die naar believen konden worden uitgebuit. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw waren de planters al begonnen goedkope arbeidskrachten uit andere delen van de wereld te werven. Ze haalden mensen uit China, Madeira, Barbados, maar ook weer uit West–Afrika en zelfs uit Nederland. Al deze experimenten strandden.

Boten leggen aan voor de rede van Paramaribo; aquatint.

Kaart van de herkomstgebieden van Brits–Indische contractarbeiders.

Tussen 1 juli 1862 en 1 juli 1864 deden veel planters en investeerders daarom een groot deel van de plantages van de hand. De nieuwe eigenaren waren vooral kleurlingen, kinderen en kleinkinderen van een blanke vader en een slavin. Zij vormden een snel groeiende bevolkingsgroep, die na de blanken op de tweede plaats van de maatschappelijke ladder stond. De grootste plantages bleven in handen van de oorspronkelijke bezitters. Zij putten hoop uit verhalen van collega–planters uit buurland Brits–Guyana. Die haalden immigranten uit Brits–Indië, de zogenoemde 'koelies'. Deze mensen waren goedkoop en werkten hard, zonder al te veel protest. De Engelsen, die de slavernij al in 1834 hadden afgeschaft, hadden inmiddels een gesmeerde infrastructuur opgezet voor de werving, de verzameling, het vervoer en de werkverschaffing van deze arbeiders. Nederland zou daar gemakkelijk gebruik van kunnen maken.

Koelietraktaat

In 1870 sloten de Nederlandse en de Engelse regering een overeenkomst die Nederland het recht gaf in Brits–Indië mensen te werven voor contractarbeid in Suriname, het Koelietraktaat. Er stond onder meer in dat de arbeidskrachten vijf jaar in Suriname zouden werken. Daarna hadden zij, als ze het contract tenminste zonder problemen hadden uitgediend, recht op een gratis terugreis. De Nederlandse koloniale overheid was verantwoordelijk voor de werving, zij het onder toezicht van de Britse Protector of Emigrants. Deze ambtenaar van de Britse kroon was aangesteld na verhalen dat emigranten in de eerste helft van de eeuw werden geronseld. Hij moest erop toezien dat de emigranten echt uit eigen vrije wil vertrokken.
De contractanten bleven Brits onderdaan en vielen onder bescherming van het Britse rechtssysteem. Maar op de plantages waar ze te werk werden gesteld gold een systeem van sancties: werkgevers waren vrij in het 'berechten' en straffen van de contractanten zoals zij dat goed dunkten. Een cruciale bepaling in het traktaat was ook dat de emigratie op vrijwillige basis plaats diende te vinden, en dat de emigranten bij inscheping wisten waar ze naartoe gingen en wat hen daar te wachten stond.